Fietsen in de herfst kan heerlijk zijn, zolang je je kleding en materiaal een beetje aanpast. Werk met laagjes, neem een compact regenjack mee en besteed wat extra aandacht aan je banden, verlichting en onderhoud. De temperatuur alleen vertelt namelijk niet het hele verhaal: twaalf graden met zon voelt heel anders dan twaalf graden met regen en een stevige tegenwind. Met een beetje voorbereiding kun je ook in oktober en november nog prima op de racefiets stappen.
Zelf fiets ik het hele jaar buiten. De racefiets gaat bij mij niet standaard de schuur in, al pas ik mijn ritten natuurlijk wel aan het weer aan. Ook wissel ik wat vaker tussen racefiets, moutain- of gravelbike. Een droge herfstdag met rustige wegen en verkleurende bomen vind ik zelf altijd erg prettig en minstens zo lekker zijn als een zomerse rit. Je moet alleen wat slimmer kiezen wat je aantrekt en onderweg bij je hebt. Daarom tien praktische tips, van beenstukken en overschoenen tot bandenspanning en ja, ook die onvermijdelijke schoonmaakbeurt na afloop.
1. Welke fietskleding draag je in de herfst? Denk in laagjes
Met een ondershirt, fietsshirt en een windwerende buitenlaag kun je makkelijker op wisselend herfstweer reageren dan met ƩƩn dikke jas. Bij vertrek voelt zo’n warme jas misschien lekker, maar zodra je een halfuur onderweg bent zit je te zweten. Daarna volgt een koffiestop of een stuk met tegenwind en juist dan merk je hoe vervelend vochtige kleding kan zijn.
De eerste laag is een goed ondershirt, ook wel een baselayer genoemd, dat transpiratievocht van je huid afvoert. Daarover draag je een fietsshirt met armstukken of een shirt met lange mouwen. Een windvest is handig wanneer het droog is maar de rijwind fris aanvoelt; bij regen komt daar een geschikt regenjack voor in de plaats. Het voordeel van die losse lagen is dat je onderweg iets kunt uittrekken zonder meteen je hele kledingcombinatie te hoeven veranderen.
Op een droge dag van ongeveer twaalf tot vijftien graden is een ondershirt, fietsshirt, armstukken en een windvest voor veel fietsers een prima vertrekpunt. Sta je naast je fiets al helemaal ingepakt en heerlijk warm, dan kun je het na de eerste kilometers behoorlijk heet krijgen. Een beetje fris bij vertrek is meestal niet erg, zolang je tijdens het fietsen op temperatuur komt. Je zal zien dat je snel opwarmt.
2. Wanneer draag je armstukken, kniestukken of beenstukken?
Armstukken en beenstukken zijn vooral handig als je fris vertrekt en het later warmer wordt. Zoals in een nazomerse week. Je gebruikt je gewone zomerkleding langer en stopt de stukken onderweg in je achterzak wanneer de zon doorkomt. Vertrek je bij acht graden en wordt het in de middag vijftien, dan is die flexibiliteit toch wel prettig. Met een dikke winterbroek wordt dat wat lastiger.
Toen ik mijn eerste beenstukken kocht, zocht ik vooral iets voor temperaturen tussen zeven en dertien graden. Inmiddels weet ik dat de bruikbare temperatuur behoorlijk afhangt van het materiaal, de wind en de rest van je kleding. Ik rijd er zelf geregeld langer mee door wanneer het kouder wordt. Bij wat zachter weer kunnen kniestukken voldoende zijn; daalt de temperatuur verder, dan zijn volledige beenstukken of een winterbroek prettiger. Vooral de pasvorm en een gripper die de boel op zijn plaats houdt maken verschil. Steeds je beenstukken omhoog moeten hijsen is niet bepaald het leukste onderdeel van een rit.
Wil je weten hoe dat in de praktijk uitpakt? Ik schreef er eerder een artikel over. Lees mijn test van drie verschillende beenstukken. Voor echt koude dagen vind je ook mijn ervaringen met drie winterfietsbroeken. Zie de temperaturen vooral als een uitgangspunt; voel vooral zelf aan welke kleding bij de temperatuur maar vooral ook bij jou past. Zelf krijg ik het vrij snel warm dus werk ik vaak met veel dunnere laagjes, dit in tegenstelling tot mijn dochter die het al koud heeft bij 20 graden ;-).
3. Zijn overschoenen nodig bij fietsen in de herfst?
Overschoenen zijn vooral prettig bij koude rijwind en opspattend water. Je voeten bewegen wel, maar zitten voortdurend in de wind en krijgen op een natte weg een hoop water te verwerken. Koude tenen kunnen daardoor een verder mooie rit behoorlijk verpesten. Rond tien graden kan een dunne windwerende, waterafstotende overschoen al voldoende zijn, afhankelijk van hoe snel je koude voeten krijgt.
Bij lagere temperaturen of langdurige regen kun je voor een warmere of beter waterbestendige uitvoering kiezen. Verwacht alleen niet dat iedere overschoen je voeten urenlang droog houdt: water kan ook via de bovenkant of de openingen bij de zool binnenkomen. Twee paar dikke sokken zijn evenmin automatisch de oplossing. Als je schoenen daardoor te strak zitten, wordt het vaak juist minder comfortabel. EƩn passend paar sokken en voldoende ruimte in je schoen werken meestal prettiger. Mijn zomersokken zijn ook vaak in wat kouder weer genoeg in combinatie met een overschoen.
Dunne handschoenen met lange vingers zijn in dezelfde omstandigheden handig. Ook dat scheelt per persoon. Ik ken amateurfietsers die prima zonder warme handschoenen kunnen fietsen tot een graad of 6. Zelf wissel ik zo rond een graad of acht. Ook hangt het af van de plek waar je fietst. In de luwte in het bos heb je veel minder last van koude handen dan op een open vlakte met een frisse rijwind. Zomerhandschoenen worden dan snel onaangenaam.
4. Welk regenjack neem je mee op de racefiets?
Een compact waterdicht regenjack is een handige aanvulling voor een herfstrit. Let bij het kiezen op het verschil tussen winddicht, waterafstotend en waterdicht. Een windjack houdt de rijwind buiten, maar is niet automatisch geschikt voor regen. Een waterafstotend jack kan een korte bui hebben; als het lang blijft regenen wil je liever een echt waterdichte uitvoering.
Let ook op de pasvorm, ventilatie en het ademend vermogen. Zelfs in een goede regenjas kun je tijdens een stevige inspanning van binnenuit nat worden. Een rits die je even kunt openen helpt om warmte kwijt te raken. Een wat langere achterkant is bovendien prettig op de racefiets, omdat je voorovergebogen zit en anders juist je onderrug het opspattende water opvangt. Trek het jack weer uit wanneer de bui voorbij is en je het te warm krijgt; het hoeft niet de rest van de rit aan te blijven omdat je het nu eenmaal hebt aangetrokken of omdat je zonodig je gemiddelde snelheid op een bepaald niveau wilt houden.
Ik investeerde een aantal jaar geleden in een duur exemplaar van Assos nadat ik praktisch elk jaar weer op zoek ging naar een betere jasje dan de die ik de winter en herfst ervoor droeg. De investering deed even pijn maar ik profiteer al een aantal jaren van deze aankoop. In dit geval gaf de kwaliteit en duurzaamheid voor mij de doorslag.
5. Een Ass Saver of een langer spatbord op de racefiets?
Een klein zadelspatbordje helpt tegen water op je achterwerk; een langer spatbord biedt meer bescherming tegen de waterstraal van je wiel. Een Ass Saver of vergelijkbaar model weegt weinig en is snel geplaatst. Verwacht er alleen niet van dat je hele rug, je fiets en degene achter je volledig droog blijven. Daarvoor is zo’n klein plaatje simpelweg te beperkt.
Fiets je veel op natte wegen, dan is een langer spatbord met voldoende dekking het overwegen waard. Dat kan ook de fietser achter je een hoop opspattend water besparen. Controleer wel of het model op jouw fiets past en of er genoeg ruimte blijft tussen band en spatbord. Het maakt je racefiets misschien niet mooier, krijg je ongetwijfeld commentaar van sommige andere renners maar na twee uur over nat asfalt is ben je blij dat je zeem nog enigszins droog is.
6. Welke bandenspanning gebruik je op een nat wegdek?
Er bestaat geen vaste bandenspanning voor iedere racefiets bij regen. De juiste druk hangt af van je gewicht, bandenbreedte en wielcombinatie. Een passende, iets lagere druk kan meer comfort en grip geven, maar te weinig druk heeft ook nadelen. Lekrijden op een opstand randje wil je namelijk ook niet. Ga dus niet zomaar van zes naar vier bar omdat de weg nat is. Ook dat is uitproberen en voel wat voor jou comfortabel is en voldoende grip geeft. In de zomer rijd ik maximaal met 5 bar in mijn banden en als het herfst is kan ik met mijn gewicht van rond de 80 kilo prima op 4 bar rijden op bandjes van 25 of 28mm breed. Ik heb dan meer grip voor mijn gevoel en veel langzamer ga ik er niet door. Het ligt ook aan de band zelf, de ene band is een stuk stugger dan de andere.
Zoek eerst het uitgangspunt voor jouw banden en wielen en pas eventueel met kleine stappen aan. Houd je aan de toegestane druk van zowel band als velg. Schwalbe legt uit welke factoren de juiste bandenspanning bepalen. Een andere druk maakt natte bladeren overigens niet ineens veilig; je manier van rijden blijft minstens zo belangrijk.
Controleer meteen je banden op sneetjes, vastzittende steentjes en slijtage. Ik doe dat sowieso altijd voor vertrek, ik draai even mijn banden rond en check of er nog kleine steentjes vast plakken. Dat scheelt een keer valer lek rijden. Als je de druk meet meet die dan met een drukmeter in plaats van alleen met je duim te voelen. De drukmeters geven een goede indicatie van het aantal Bar in de band. Meten is ook in dit geval weten.
7. Hoe fiets je over natte bladeren en gladde wegmarkeringen?
Verminder je snelheid vóór het gladde gedeelte en vermijd plotseling remmen of sturen. Natte bladeren kunnen verraderlijk zijn, zeker wanneer ze in lagen op elkaar liggen en je niet ziet wat eronder zit. Neem bochten daarom rustig, kijk verder vooruit en houd de fiets waar mogelijk meer rechtop. Als je moet remmen, doe dat geleidelijk; hard in de remmen knijpen terwijl je schuin over een bladerdek rijdt is zelden een goed plan. Rijd in de beugels bij bijvoorbeeld eikels of beukenootjes op de weg, dat geeft meer controle.
Hetzelfde geldt voor natte putdeksels, wegmarkeringen, veeroosters en metalen brugdelen. Let op landbouwwegen ook op modder van oogstwerkzaamheden. Fiets je wel eens in een groep houd dan wat meer afstand en geef elkaar ruimte om rustig een lijn te kiezen. Die ene bocht iets langzamer nemen kost je nauwelijks tijd en maakt de rest van de rit meestal een stuk prettiger.
8. Hoe onderhoud je je racefiets na een natte herfstrit?
Haal na een natte rit het ergste vuil van je fiets, droog de aandrijving en controleer of de ketting opnieuw gesmeerd moet worden. Vooral de combinatie van water, zand en modder maakt het najaar belastend voor je materiaal. Je hoeft na iedere rit niet je hele fiets uit elkaar te halen, maar hem wekenlang met een zwarte, zanderige ketting wegzetten helpt ook niet.
Gebruik een zachte waterstraal, een spons of borstel en een doek. Spuit niet met hoge druk op lagers en afdichtingen. Volg bij het smeren de aanwijzingen van het middel dat je gebruikt en houd olie en reinigingsmiddelen weg van remschijven en remblokken. Ik gebruik zelf wax op mijn ketting. Ik ben daar tevreden over. De ketting slijt voor mijn gevoel wat langzamer en na het schoonmaken is het makkelijk aanbrengen zonder vieze vettigheid. Wel doe ik de wax er altijd een dagje eerder op dan de geplande fietstocht. Dit geeft de wax de kans om zich te hechten op de ketting. Wie wat uitgebreider aan de slag wil, kan verder lezen in mijn vijf onderhoudstips voor de racefiets en het artikel over racefietsonderhoud dat je zelf kunt doen.
Controleer in deze periode ook wat vaker je kettingslijtage en remblokken. Een kettingchecker geeft snel duidelijkheid, zolang je de juiste slijtagegrens voor jouw ketting aanhoudt. In zo controleer je of je fietsketting versleten is waar ik eerder al over schreef lees je daar meer over. Hoor je schurende geluiden of merk je dat de remkracht afneemt, kijk dan eerst wat er aan de hand is voordat je aan de volgende lange rit begint.
9. Waarom neem je in de herfst ook overdag verlichting mee?
Verlichting helpt om op te vallen wanneer regen, schaduw of een donkere lucht het zicht beperken. Bovendien kan een rit makkelijk uitlopen. Je hoeft maar een lekke band te krijgen of die koffiestop iets te gezellig te maken en je rijdt een uur later naar huis dan gepland. In oktober kan het licht dan ineens flink minder zijn.
Neem daarom een opgeladen voor- en achterlicht mee, zeker op langere ritten. Richt je voorlicht zo dat je andere weggebruikers niet verblindt en zorg dat het achterlicht niet achter je zadeltas of jas verdwijnt. Reflecterende details op je jack, overschoenen en handschoenen zijn een nuttige aanvulling, maar vervangen je verlichting niet. Als ik een rit rijd waarvan ik weet dat ik tegen donker thuis kom trek ik ook altijd een lichtgevend vestje aan waarin je hardlopers ook vaak ziet lopen. Liever goed zichtbaar en minder aerodynamisch dan onzichtbaar voor andere weggebruikers. Controleer bij de lampjes voor vertrek even de accu; een lampje dat halverwege uitgaat is natuurlijk ook niet handig.
10. Waar let je op bij het plannen van een herfstrit?
Kijk behalve naar de temperatuur ook naar regen, windrichting, windkracht en het tijdstip waarop het donker wordt. Tien graden met zon en weinig wind kan heerlijk fietsweer zijn; dezelfde tien graden met regen en windkracht vijf voelt compleet anders.
Bij stevige wind vind ik het prettig om het eerste deel tegen de wind in te rijden, zodat ik op de terugweg wat hulp krijg wanneer de benen minder fris worden. Pas je route daarom aan de omstandigheden aan. Na dagenlange regen zijn schone binnenwegen vaak aantrekkelijker dan smalle bosweggetjes met een dik pakket bladeren.
Stop voor een langere rit een regenjack, een of liever twee binnenbandjes, bandenlichters, een pomp en voldoende eten in je achterzak of zadeltas. Blijf ook drinken als het koud is. Dat voelt vaak wat tegennatuurlijk en het water in je bidon is vaak ijskoud. Maar ook als het koud helpt dit je langer om de benen fris te houden. Zelf start ik wel eens met goede moed voor een rit van een aantal uurtjes. Maar ik maak de rit wat korter wanneer het weer tegenvalt of als het niet zo lekker loopt. Ik kies dan vaak voor wat kortere ritjes van maximaal 2 uur. Dat is nog altijd beter dan een lange rit waarvan je het laatste uur alleen maar naar huis verlangt.
Wat trek je aan op de racefiets bij welke temperatuur?
Onderstaande kledingcombinaties zijn een vertrekpunt voor een herfstrit, geen vaste voorschriften. Wind, regen, de duur van je rit en hoe intensief je fietst maken veel verschil. Ik fiets zelf soms langer met beenstukken door dan je op basis van zo’n tabel zou verwachten; kijk dus vooral wat voor jou prettig werkt.
| Temperatuur | Praktisch uitgangspunt voor je kleding |
|---|---|
| 15ā18 °C | Fietsshirt, eventueel een dun ondershirt; armstukken of windvest bij een frisse start. |
| 12ā15 °C | Ondershirt, fietsshirt met korte mouwen, armstukken en een windvest; kniestukken of dunne beenstukken naar behoefte. Het windvest trek ik zelf al vaak na 20 minuutjes uit. |
| 8ā12 °C | Ondershirt, lange mouwen of armstukken, beenstukken, dunne handschoenen en eventueel overschoenen. Afhankelijk van de dikte van het shirt met lange mouwen trek ik ook vaak mijn windvest er over aan. |
| 5ā8 °C | Warmere lagen, windwerend jack of vest, beenstukken of winterbroek, handschoenen en overschoenen. ook draag ik dan vaak een dunne nekwarmer of buff. |
| Onder 5 °C | Thermische lagen, winterbroek naar behoefte, warme handschoenen en overschoenen. Een merino nekwarmer ontbreekt dan ook vaak niet evenals een mutsje onder mijn helm om warmte vast te houden. |
Neem bij kans op regen bij iedere temperatuur een geschikt regenjack mee. Waterafstotende kleding helpt bij een korte bui, maar houdt niet vanzelf een hele middag regen buiten.
De racefiets hoeft in oktober echt niet de schuur in
Zelf fiets ik het hele jaar buiten en wat mij betreft eindigt het fietsseizoen dus niet zodra de herfst invalt. Natuurlijk worden sommige ritten korter en kies ik mijn moment wat zorgvuldiger, maar een frisse dag is op zichzelf geen reden om thuis te blijven. Met passende kleding en een beetje aandacht voor je fiets kun je ook in oktober en november nog prachtige kilometers maken. Overigens ook in de wintermaanden. Met de steeds mildere winters in Nederland is zelfs fietsen in januari of februari vaak geen straf.
Je hoeft overigens niet meteen een complete nieuwe garderobe aan te schaffen. Een goed ondershirt, arm- en beenstukken, een windvest, handschoenen, overschoenen en een compact regenjack brengen je al een heel eind. Neem verlichting mee, houd je banden en remmen in de gaten en gun jezelf wat meer tijd in gladde bochten. En mocht het onderweg harder gaan regenen dan voorspeld: zoek een cafƩ, bestel koffie met appeltaart en kijk na een kwartier nog eens naar buiten. Soms is dat gewoon de beste herfsttip. Het thuisfront bellen om je op te komen halen kan natuurlijk ook.
Veelgestelde vragen over fietsen in de herfst
Wat trek je aan op de racefiets bij 10 graden?
Begin met een ondershirt, een fietsshirt met lange mouwen of armstukken en beenstukken. Voeg bij frisse wind een windvest toe en neem dunne handschoenen en eventueel overschoenen mee. Bij regen heb je een geschikt regenjack nodig. Pas de combinatie aan je inspanning en gevoel voor kou aan.
Wanneer kies je beenstukken en wanneer een winterfietsbroek?
Beenstukken zijn handig als de temperatuur tijdens de rit stijgt, omdat je ze onderweg kunt uittrekken. Een winterfietsbroek is prettig bij aanhoudende kou, vooral als je korte broek onvoldoende warmte biedt. Er is geen vaste temperatuurgrens; materiaal, wind en persoonlijke voorkeur bepalen de keuze.
Hoeveel bar moet er in een racefietsband bij regen?
Daar is geen universeel getal voor. Begin bij de passende druk voor je gewicht, bandenbreedte en wielcombinatie. Een kleine verlaging kan comfortabeler zijn, maar blijf binnen de toegestane waarden van band en velg. Verlaag de druk niet fors alleen omdat het regent.
Houden overschoenen je voeten helemaal droog?
Dat hangt af van het materiaal, de pasvorm en de duur van de regen. Waterafstotende overschoenen helpen tegen spatten en korte buien, maar bij langdurige regen kan water via de bovenkant of zoolopeningen binnenkomen. Kies voor natte ritten een uitvoering die daarvoor bedoeld is. Lees reviews op de bekende fietswinkel websites. Het merendeel van die gebruikerservaringen geven vaak een goed beeld van de eigenschappen.
Kun je in oktober, november en de wintermaanden buiten blijven fietsen?
Ja, ik vind van wel. Met passende kleding, verlichting en een route die bij de omstandigheden past kun je ook in het najaar buiten fietsen. Pas snelheid en ritduur aan wanneer het nat of koud is. Denk je na een kwartier; ‘ik vind er niks aan’ dan houdt doorgaans niemand je tegen om om te draaien en naar huis te gaan.